Goed gecoördineerde wondzorg, door regie vanuit het WEC

Evelien Harink begon haar loopbaan op de afdeling vaat- en darmchirurgie van het Weezenlanden Ziekenhuis in Zwolle. Wanneer ze bij de fusie tot Isala voor een nieuwe functie op de afdeling orthopedie koos, merkte ze al snel dat haar hart ergens anders lag. Evelien legt uit: ‘Iedereen die in de zorg werkt heeft een fascinatie voor één bepaald facet daarvan. Voor mij zijn dit de vaten’

Wondpoli

Evelien zag al snel dat er kansen lagen op het terrein van diabetes en wondbehandeling, wat natuurlijk een raakvlak heeft met vaten. Op dat moment waren er alleen nog maar twee decubitusconsulenten werkzaam in het Isala. ‘Ik vroeg hen waar hun behoefte lag’ vertelt Evelien, ‘waarop zij aangaven graag een wondpoli op te zetten, zodat ze de patiënten daar terug konden zien.’

Een dergelijke opzet bestond toen al in het VUmc in Amsterdam, dus ging Evelien daar kijken hoe ze de wondpoli hadden opgestart. Hierdoor geïnspireerd nam zij een leidende rol in de ontwikkeling van de wondpoli in het Isala. ‘Ik kreeg de ruimte om de opleiding tot gespecialiseerd wondconsulent in Rotterdam te gaan doen, en ik kon een van de decubitusconsulenten vervangen toen die ziek werd. Mede door de vaatchirurgen die dit initiatief ook ondersteunden, openden we in 2007 de wondpoli.’

De wondpoli begon met drie halve dagen spreekuur per week, maar door de grote vraag werd dit telkens uitgebreid. Evelien had daar zelf aan bijgedragen door alle afdelingen in huis en de huisartsen in de regio te vertellen over de komst van die poli. Evelien vertelt: ‘Het eerste jaar hadden we driehonderd patiënten, nu zijn dat er al 1.300 per jaar.’

Regie in de wondzorg

De meerwaarde van de poli was snel duidelijk, zegt Evelien. ‘De wondzorg wordt vanuit die poli volledig gecoördineerd. Er is veel minder versnippering en de behandeling is geoptimaliseerd. Het grootste deel van de patiënten komt van vaatchirurgie en dat scheelt daar heel wat bezetting op de spreekuren.’

Toen de Inspectie voor de Gezondheid eisen begon te stellen waaraan een wondpoli moet voldoen om als wondexpertisecentrum te boek te staan, was de keuze snel gemaakt. ‘Daaraan wilden we zeker voldoen’, zegt Evelien. ‘Wat ons vooral aansprak was het belang dat wordt gehecht aan het registreren van de uitkomsten van de zorg. We houden per type wond bij hoe snel die geneest en welke handelingen daarvoor moeten worden verricht. Dit is zeer belangrijk, want als je de feiten kent kun je erop sturen. Het is jammer dat het kwaliteitsverschil tussen de diverse wondexpertisecentra in het land nu nog zo onduidelijk is.’

‘Kennis van de kosten en baten vormt de basis om de kwaliteit van de wondzorg te kunnen verbeteren en tegelijkertijd de kosten te kunnen beperken. Zelf zetten we in op scherp productgebruik. Zo hebben we al fors bespaard op verbandmiddelen en die besparing wordt nog groter nu we via QualityZorg ook kwaliteitsverbetering in de regio nastreven. Voor die tijd was uniformiteit in scholing in de regio verre van eenvoudig, met zes verschillende thuiszorgorganisaties. Er werd te weinig gedaan aan diagnostiek en er was veel verspilling van materialen. Hierin hebben we een forse verbetering bewerkstelligd. En dankzij PatDoc kunnen we ook veel beter sturen op het behandelproces en dus patiënten veel beter helpen.’

Evelien Harink

Verpleegkundig Specialist i.o.